De verwijzing naar “antiek” was tot in de achttiende eeuw nog een aanduiding van alles wat met de “antieke oudheid” te maken had; zeg maar: de grieken en romeinen.

Reeds in de negentiende eeuw breidde de betekenis uit tot alles wat een respectabele ouderdom had. In de vorige eeuw werd daar lange tijd een norm op geplaatst: alles wat minstens 100 jaar oud is.

Tegenwoordig vervaagt de notie nog wat meer en gaat het eerder over alles wat uit een vorige (stijl)periode dateert. Soms wordt de verwijzing omzeild door  meteen te spreken over “kunst en antiek”, of over “antiek en curiosa” of over “antiek en vintage”.

De verwijzing “antiek” heeft tegenwoordig voor sommigen misschien een wat oubollige bijtoon; maar wanneer je dit bekijkt in de brede betekenis van “oud” (en dus meteen “bestaand”) dan heeft het een zeer eigentijds voordeel.

Oude voorwerpen behoren tot het brede gamma van het recicleerbare. De verwijzing naar antiek en vintage duidt dan op de hogere kwaliteiten van het voorwerp: meestal esthetische kwaliteiten, maar doorgaans ook de technische kwaliteiten.

Kort gezegd: antiek is “groen”.

Daarnaast is er op dit ogenblik ook een economisch aantrekkelijke kant aan oude voorwerpen: er bestaat een groot aanbod hoog kwalitatief goed dat aan zeer aantrekkelijke prijzen kan gekocht worden.

THE PERSONAL TOUCH

Toch zijn alle vernoemde voordelen eerder bijkomstig. De grote troef van “antiek” is het beperkte, soms unieke, aanbod van elk object. Het moderne aanbod voor de inrichting en aankleding van interieur is zo goed als steeds een massaproduct, zelden een multipel; en voor de unieke stukken moet je een wel heel goed gespijsde bankrekening hebben.

Omdat al die voorwerpen uit vorige perioden slechts de “restanten” zijn van een ooit wel groot aanbod, krijgen ze veel gemakkelijker een cachet van uniciteit waarmee in de eigen inrichting een veel persoonlijker noot kan ingebracht worden.

Het historisch kader van de productie van die goederen, in het bijzonder van alles wat vóór de Tweede Wereldoorlog dateert, maakt de kans op iets unieks nog veel groter.

Al werd de productie van goederen sinds de 19e eeuw opgedreven van multipel naar massaproduct, toch bleven fabrikanten aandacht besteden aan heel veel detailverschillen in hun aanbod. Een basisvorm kan vaak dezelfde zijn, maar de uiteindelijke afwerking was heel verscheiden. Dàt is dan weer mogelijk omdat men lang geïnteresseerd bleef in een decoratieve veelheid; lang niet altijd in een basisvorm.